Ebook Level 9 van Sandra Peeters

DSC05282

Zopas verscheen het ebook van Level 9 in alle grote online boekhandels, zoals Kobo, Bol.com of Scribd. Je kunt een heel stuk gratis downloaden en lezen op een e-reader, tablet of smartphone.

 

cover - Nu slaapt Toetanchamon

Ondertussen volgt hieronder nog een voorpublicatie uit Level 9, meer bepaald Level 0/II:

Cover lettertype Corbel

 

II

Ik tastte in het rond, want in de ruimte waar ik me bevond, was het vrij donker. Ik moest een paar keer met mijn ogen knipperen om ze te laten wennen aan de schemering. Plots schrok ik op, want op een muur vlak naast me speelden schaduwen een spelletje van kat en muis.
Ik begon op mijn ademhaling te letten, om te kalmeren. Nog steeds verschenen er flikkeringen op de muur. Ongelijkmatig en niet volgens een vast patroon. Grillig.
Ik draaide om mijn as, zodat ik de ruimte waarin ik terechtgekomen was beter kon bekijken. En ik zag dat ik op de bovenste trede van een trap stond. Geschrokken wankelde ik en drukte mijn rug tegen de bakstenen muur om niet naar beneden te vallen. Meteen trok ik mijn hand terug… want langs de muur hingen kaarsen en mijn hand was net naast een ervan terechtgekomen. De warme gloed schroeide de haartjes op mijn rechterhand – ‘Auw!’
Snel zoog ik op de verbrande plek. De pijn verminderde.
Hoe kon ik nu zo schrikken van een stuk of wat schaduwen op de muur!? Maar mijn hart bleef even snel kloppen, soms sloeg het zelfs een slag over, en ik had een raar gevoel in mijn buik. Mijn handen waren helemaal klam geworden.

Lieve lezer/es, ik kan je eigenlijk wel vertellen dat ik er niet zo erg van hou als de dingen bruusk veranderen of als er vreemde onverwachte wendingen optreden. Het maakt me zenuwachtig, ik voel me dan nooit echt op mijn gemak. Wil je alsjeblieft bij me blijven?

Ik voelde voorzichtig met mijn rechtervoet… tot ik de volgende trap raakte. En dan zo naar de volgende trede. En nog een trede, die ik eerst met de punt van mijn tenen aanraakte…
‘Een… twee… drie…’
Mama had ooit gezegd dat hardop tellen me kon helpen te kalmeren, als ik bang was of zenuwachtig. Mijn handen raakten de muur, die een soort warmte uitstraalde en me zo enigszins op mijn gemak stelde.
Naarmate ik verder naar beneden ging, voelde de muur warmer en warmer aan. En het leek ook alsof verschillende paren oogjes me in de gaten hielden. Een klein, groen, naakt wezentje met een bol buikje keek me guitig aan, even meende ik zelfs dat het mannetje naar me knipoogde. Gelukkig zat er een kader om hem heen, en hing het schilderijtje waarop hij afgebeeld was aan een haakje in de muur.
Ik liet mijn ogen over de muur dwalen en merkte nog meer schilderijtjes op. Op eentje stond een zwarte geit. Toen ik er langs liep, voelde ik plots mijn wang nat worden. Ik kon nog net de lange tong in het bekje van de geit zien verdwijnen.
‘Hihi! Haha! Kaya… Kaya… Kaya!’ hoorde ik.
Maar toen ik mijn hoofd naar de eigenaardig vervormde stem draaide, die uit de muur met de schilderijen leek te komen, werd het stil. Het leek wel een spelletje 1… 2… 3… piano. Wat gek!
Weer bleef ik even doodstil staan, en opnieuw hoorde ik een gegiechel… Maar nu zag ik vanuit mijn ooghoek ook een groepje meisjes naar me wijzen en fluisteren. Hun oren waren puntig en langer dan die van mij, en hun kleren waren van goud en zilver, en op hun rug hadden ze doorschijnende vleugels die de hele tijd trilden. Met hun kleine handen maakten ze wuivende bewegingen, en ze gooiden me kushandjes toe. En ze lachten.
‘Kaya!’
Ik zwaaide terug, stak mijn hand naar hen uit… Maar toen ik ze zou aanraken, werd het schilderij troebel. En toen het nadien weer helder werd, stonden de elfjes stil en staarde ik naar een doodgewoon schilderij.
Op een ander werkje was een gouden draak afgebeeld. Zijn ogen keken me boosaardig aan en hij spuwde vuur naar mij.
Ik liep gauw door, naar nog een ander schilderij met wonderlijke figuurtjes. Plotseling herinnerde ik me de twee prachtig geïllustreerde encyclopedieën over ‘het kleine volkje’ en de elfenwereld in de boekenkast van mama. Ze was dol op werelden waarin petieterige elfjes rondzweefden en stoute draken vuur spuwden. Als mama zat te schrijven, gluurde ik wel eens stiekem mee in haar kladschrift. Telkens viel het me op hoeveel fantasie ze had en hoe mooi ze de magische onderwereld kon beschrijven. Ze gebruikte zo veel details dat het leek alsof ze er al vaak écht geweest was.
Ik loerde nogmaals naar de schilderijen, in de hoop dat er opnieuw wat zou gebeuren. Maar het bleef stil en er gebeurde niets. Toch had ik me dat van daarstraks niet ingebeeld. En waarom hingen die schilderijen hier eigenlijk?
Ik wilde verder naar beneden stappen, maar zette mijn voet verkeerd neer, wankelde en struikelde bijna. Door enkele treden nogal snel na elkaar te nemen, wist ik me nog net recht te houden.
Op de onderste trede ging ik zitten, en keek de kamer rond waarin ik terechtgekomen was. Op de grond zag ik dertien kaarsen die een bepaalde figuur vormden. Twee kaarsen met een meter tussen, daarachter nog twee met een meter tussen, en dan nog eens twee en daarachter stonden er vier naast elkaar. Ongeveer anderhalve meter verder, mooi in het midden van de vorige vier kaarsen, nog eentje. Tussen de twee buitenste en de laatste kaars, zag ik er ten slotte nog twee. Al die kaarsen vormden duidelijk een patroon, maar ik zag niet meteen om welke geometrische figuur het ging.
Ik ging op de vijfde trede staan, keek naar beneden… en nu zag ik wat ik daarnet niet gezien had! De kaarsen vormden een pijl! De dertien kaarsen waren neergezet in de vorm van een pijl!
Ik nam een grote sprong, landde perfect op mijn beide voeten. ‘Jihààà!’ juichte ik.
Mijn ogen volgden de pijl en zagen nu iets dat een beetje verscholen zat. Ik kwam dichterbij. Het was klimop die tegen de muur omhoog groeide.
Klimop? Hier binnen?
Met mijn hand verschoof ik enkele blaadjes. Daar was iets ruws… Ik wreef erover, voelde een warme gloed – dezelfde die ik ook had gevoeld toen ik de bakstenen muur aanraakte.
Een van de klimopblaadjes raakte verstrikt in mijn trui en toen ik me omdraaide, sleepte ik de hele klimopplant mee. Ik trok de klimop los van mijn trui, deed een stapje naar voor en… mijn mond viel open van verbazing.
Een houten poort tekende zich af op de muur van de kelderruimte.
Mijn vingers streelden de mooie grote bronzen klopper die op de poort hing. Die klopper had de vorm van een leeuwenpoot. Aarzelend legde ik mijn hand erop en tikte er één keer mee op de poort.
Er gebeurde niks.

Lieve lezer/es, help je me even mee? Misschien gebeurt er wel iets als we dit samen doen!
Stel je een mooie grote bronzen klopper voor, in de vorm van een leeuwenpoot.
Neem hem vast. Voel hem warm worden in je hand.
Klop nu op de poort… Eenmaal, tweemaal, driemaal…
En wacht…

Gepubliceerd door

Scriptomaan

In 1993 opgericht als schrijverscollectief door auteur-acteur-regisseur Anton Cogen, groeide vzw de Scriptomanen uit tot een breder artistiek collectief. Momenteel zijn de Scriptomanen vooral actief als uitgever van Printing On Demand (POD) boeken en ebooks, als organisator van workshops en cursussen, en als producent van interactief theater (moordspelen, stadsspelen) in Mysterieus België.